Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2001-2008    Waarom Attac Vlaanderen de nationale klimaatmanifestatie (8/12) mee ondersteunt  
| thema: duurzame ontwikkeling , economie , klimaat&milieu  |
 

Waarom Attac Vlaanderen de nationale klimaatmanifestatie (8/12) mee ondersteunt

> Peter Tom Jones - gepubliceerd op 7 november 2007

Op 8/12/2007 vindt een nationale klimaatmanifestatie plaats in Brussel. Deze optocht kadert in een serie van manifestaties overal ter wereld diezelfde dag. De directe aanleiding voor deze “Global Climate Campaign” is de historische VN-klimaattop die in Bali (Indonesië) wordt georganiseerd. Op die top moet een doorbraak worden geforceerd inzake een ecologisch effectief mondiaal klimaatakkoord voor de periode na Kyoto (vanaf 2012).

De urgentie van het klimaatvraagstuk

Vanwege zijn verregaande impact op andere wereldproblemen (biodiversiteit, verwoestijning, droogte, migratie, grondstofschaarste enz.) is het klimaatvraagstuk hard op weg hét ecologische, economische, sociale en morele probleem van de eenentwintigste eeuw te worden. De manier waarop de wereldgemeenschap ermee omgaat, zal bepalend zijn voor de levenskwaliteit van de huidige en toekomstige generaties. Uit de hand lopende klimaatwijzigingen zullen de kans op gevaarlijke conflicten en oorlogen tussen en binnen natiestaten ernstig verhogen. Zonder een serieus klimaatbeleid gaan we naar temperatuurstijgingen die ver boven niveaus zullen liggen die de mensheid ooit gekend heeft, met alle gevolgen van dien voor vele landen in het Zuiden en voor de zwakkeren in de westerse landen. De klimaatproblematiek kan bovendien niet los gezien worden van de andere sociaal-ecologische wereldproblemen. Dat is nogmaals gebleken uit het recent verschenen rapport van het VN-milieuprogramma (GEO-4, waarover later meer).

De naakte cijfers van het VN-klimaatpanel

Klimaatwetenschappers luiden al ettelijke jaren de noodklok. Met het Vierde Evaluatierapport uit februari 2007 van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is de consensus over de opwarming en de rol van de mens alleen maar gegroeid. Dit VN-klimaatpanel erkent dat de wereld in steeds sneller tempo opwarmt en dat de mens daarvoor de hoofdverantwoordelijke is. Nog recentere gegevens bevestigen de versnellende globale opwarming. Een internationaal team van wetenschappers (Global Carbon Project) heeft in detail gekeken naar de evolutie van CO2 in de atmosfeer, het belangrijkste antropogene broeikasgas. De cijfers staan te lezen in een nieuwe paper in het Amerikaanse vakblad PNAS1. Het nieuws is niet bijster rooskleurig. Een boomende wereldeconomie pompt in steeds sneller tempo meer CO2 in de lucht. De snelheid van de stijging (3.3% per jaar in de periode 2000-2006, ten opzichte van 1.3% per jaar in de jaren ‘90) is zelfs groter dan men eind jaren ’90 in het meest pessimistische VN-emissiescenario had geprojecteerd. Daarvoor zijn twee oorzaken: de hoger dan verwachte economische groei alsook een toename van de koolstofintensiteit van die groei. Nog verontrustender evenwel is dat de efficiëntie waarmee de koolstofsinks (oceanen en landoppervlakte) een deel van de door de mens uitgestoten CO2 terug abosorberen, tanende is. De evolutie is vooral zichtbaar sinds 2000. Dit impliceert dat de koolstofcyclus een groter dan (volgens de klimaatmodellen) verwachte positieve terugkoppeling levert in het klimaatsysteem: meer opwarming leidt tot nog meer broeikasgassen wat leidt tot een verdere opwarming. Met de woorden van het team in PNAS: "All of these changes characterize a carbon cycle that is generating stronger-than-expected and sooner-than-expected climate forcing." De drie factoren samen - economische groei, hogere koolstofintensiteit en verzwakkende sinks - maken dat de huidige CO2-concentratie in de atmosfeer momenteel met bijna 2 deeltjes per miljoen aan het toenemen is. In 2006 bedroeg de CO2-concentratie reeds 381 ppm: de hoogste waarde in waarschijnlijk 20 miljoen jaar. Zonder een serieus klimaatbeleid is het zeer waarschijnlijk dat de gemiddelde temperatuurstijging de pan uit rijst. Het grensgebied van de nog net toelaatbare CO2-concentratie - 400 à 450 ppm CO2 - lijkt niet meer veraf.

De wetenschappelijke klimaatuitdaging

Om de klimaatwijzigingen adequaat te lijf te gaan, is er behoefte aan zowel beperking van de snelheid en de uiteindelijke schaal van de opwarming als aan een aanpassing aan klimaatgevolgen die door de traagheid in het systeem al onafwendbaar zijn. Voor ‘gevaarlijke klimaatwijzigingen’ werd de laatste jaren vaak gerefereerd aan de 2°C-grens. Dat is de niet te overschrijden stijging van de temperatuur ten opzichte van die uit het pre-industriële tijdperk. Op basis van een reeks simulaties heeft het IPCC becijferd dat, om de opwarming nog te beperken tot 2-2,4°C, tegen 2050 de wereldwijde broeikasgasuitstoot met 50 tot 85% zou moeten dalen. Voor landen als België gaat het over een daling van 80 à 90%.

Gezien de huidige evoluties inzake de versnelling van de mondiale broeikasgastuitstoot lijkt de kans klein dat de 2°C nog wordt vermeden. Uit realiteitsbesef schetst het IPCC daarom ook andere toekomstscenario’s. Een daling van de wereldwijde uitstoot van 30 tot 60% tegen 2050 zou overeenkomen met een (meest waarschijnlijke) opwarming van 2,4-2,8°C. Probleem is dan wel dat men stilzwijgend talrijke mensen veroordeelt tot het ondergaan van gevaarlijke klimaatwijzigingen. Zo zouden bij een opwarming vanaf ongeveer 2,5°C tegen 2080 meer dan drie miljard mensen geconfronteerd worden met ernstige waterschaarste2 . Daarbij komt dat dergelijke opwarmingniveaus de mensheid blootstellen aan een beperkte doch reële kans op abrupte klimaatevoluties, zoals het onomkeerbaar smelten van het Groenlandijs en de West-Antarctische ijskap en een catastrofale vrijgave van methaan uit permafrostbodems.

GEO-4: Milieu voor ontwikkeling

Uit het voorgaande is al gebleken dat de globale opwarming momenteel in een versnellende fase lijkt te zitten. Bovendien is het klimaatvraagstuk deel van een nog veel grotere problematiek inzake de onduurzame omgang met de Aarde. Het is inmiddels voldoende duidelijk gedocumenteerd dat de mondiale milieuimpact de draagkracht van deze planeet ruimschoots overschrijdt. De systematische overbevraging van de duurzame biocapaciteit van de Aarde heeft zeer concrete gevolgen. De huidige globale opwarming is er daar één van, naast het razendsnelle verlies aan biodiversiteit, de vervuiling en uitputting van de mondiale watervoorraden, het verlies aan bruikbaar land etc. In die zin was het uitkijken naar het nieuwe rapport van het VN-milieuprogramma over de situatie van de planeet Aarde en de gevolgen van de milieuproblematiek voor de sociale en economische ontwikkeling van de verschillende landen in deze wereld. Op 25/10/2007 werd het nieuwe Global Environmental Outlook-rapport van de UNEP officieel aan de pers voorgesteld3. GEO-4 is het meest uitgebreide VN-rapport over het milieu, samengesteld door ongeveer 390 experts en beoordeeld door meer dan 1000 andere milieudeskundigen ter wereld.

Het beeld dat uit GEO-4 komt, is niet fraai. Hoewel er hier en daar enkele successen zijn geboekt, luidt de nuchtere vaststelling dat de negatieve milieutendensen, die 20 jaar geleden ten tijde van het Brundtlandtrapport Our Common Future reeds zichtbaar waren, gewoonweg worden verdergezet. Hierover zegt GEO-4: “Voor géén van de grote problemen zoals benoemd in Our Common Future zijn de vooruitzichten nu gunstig.” Voorbeelden hiervan zijn de achteruitgang van de visbestanden; het verlies van vruchtbaar land; de onhoudbare druk op middelen; de slinkende hoeveelheid zoetwater beschikbaar voor mens en dier; en het risico op onomkeerbare milieuschade bij het bereiken van het onbekende keerpunt voorbij hetwelke er geen weg meer terug is.

De politieke reactie en de uitdaging in Bali

De wetenschappelijke cijfers zijn duidelijk. Toch stelt men in de praktijk vast dat de politieke reactie flauw blijft. De pijnlijke realiteit is dat er, ondanks de verbluffende wetenschappelijke bewijslast, vooralsnog bitter weinig beweegt op het vlak van milieu- en klimaatmaatregelen, en wijzigingen in productie- en consumptiepatronen. Om te komen tot een heuse duurzaamheidstransitie zijn er helaas tal van harnekkige barrières: een op groei gericht en globaliserend economisch systeem, vastgeroeste leefpatronen, structurele en financiële drempels, botsende interesses, de emotionele waarde of voordelen op korte termijn van tradities en consumptiepatronen, en last but not least klimaatscepticisme. Klimaatscepticisme kunnen we missen als kiespijn. Sterker uitgedrukt: klimaatscepticisme is gewoonweg misdadig als je weet wat de effecten kunnen zijn op miljoenen mensen, nu en in de toekomst, mensen die niet verantwoordelijk zijn voor dit probleem.

Overheden dragen wereldwijd een grote verantwoordelijkheid in het uitblijven van klimaatoplossingen. Ook in het officiële persbericht van de UNEP hanteert men krasse taal: overheden falen wereldwijd in hun reactie op deze sociaal-ecologische crisis. De sense of urgency ontbreekt nog steeds. GEO-4 spreekt van “een opmerkelijk gebrek aan urgentie” en een “jammerlijk ontoereikende” mondiale reactie. Om een boeing 747 af te remmen heb je immers meer nodig dan enkele fietsremmen. Achim Steiner, directeur van de UNEP, stelt in deze context: “Er zijn genoeg waarschuwingen geweest sinds Brundtland. Ik hoop oprecht dat GEO-4 de laatste is. De systematische vernietiging van de natuurlijke middelen op aarde, heeft een punt bereikt waarop de uitvoerbaarheid van economiën op de proef wordt gesteld - en de rekening die wij onze kinderen presenteren kan nog wel eens onmogelijk te betalen zijn.

De speeltijd is nu definitief voorbij. Laten we alleszins hopen dat de klimaatonderhandelaars in Bali (klimaattop, Indonesië, december 2007) de nieuwe gegevens van het IPCC, GEO-4 etc. meenemen in hun pogingen om een nieuw internationaal klimaatakkoord uit de brand te slepen. Het moet gaan over een akkoord dat ecologisch effectief is in het vermijden van de gevaarlijkste klimaatwijzigingen. Dit alles vereist een stevige machtsbasis en een grote mondiale participatie van alle relevante landen (ook de VS, China en India). Er zullen bindende doelstellingen moeten worden vastgelegd die in overeenstemming zijn met de cijfers van het IPCC... Essentieel is dat men rekening houdt met het principe van ‘gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid’. Dit impliceert dat de rijkste landen (VS, Europa, Japan) de grootste broeikasgasreducties zullen moeten leveren, zonder de nieuw opkomende landen vrij te pleiten van enige klimaatinspanningen. Technologietransfer van Noord naar Zuid vormt eveneens een kernonderdeel van een nieuw (post-Kyoto) klimaatakkoord. Daarnaast zullen de meest kwetsbare gebieden in de wereld (zwart Afrika, laaggelegen eilanden en de megadelta’s) financieel moeten worden geholpen om zich aan te passen en te beschermen tegen de nakende klimaatwijzigingen.

Waarom Attac de oproep “Klimaat en sociale rechtvaardigheid” steunt

Een nieuwe klimaatakkoord moet dus ecologisch effectief zijn. Dat is evident. Het is evenwel essentieel dat de oplossingen voor de ecologische crisis ook op een sociaal-rechtvaardige wijze worden georganiseerd. Men kan de ecologische crisis immers op verschillende manieren proberen aan te pakken. Als een sociale en andersglobalistische beweging verwerpt Attac Vlaanderen elke vorm van asociaal klimaatbeleid. Daarover gaat in essentie de oproep “Klimaat en sociale rechtvaardigheid”. We citeren uit de oproep:

    Al meer dan dertig jaar waarschuwen de wetenschappers voor de opwarming van de aarde. Maar er werd niets tegen ondernomen. Integendeel, het was “business as usual”: de onwetendheid, het egoïsme en de drang naar winst op korte termijn staan de broodnodige en dringende collectieve actie in de weg. De wereldwijde neoliberale politiek heeft onze economieën nog sterker dan voorheen onderworpen aan een logica van winst en groei. De individuele inspanningen getuigen van een reëel engagement en een groeiende bewustwording van de zeer zorgwekkende situatie onder de bevolking. Maar dit is onvoldoende. Wij moeten kiezen voor actie en mobilisatie opdat de regeringen de nodige radicale structurele maatregelen zouden nemen, in respect voor gerechtigheid, sociale gelijkheid, democratie en solidariteit. (...) “Klimaat en sociale rechtvaardigheid!” onderschrijft de wereldwijde mobilisatie van sociale bewegingen die voorstander zijn van een internationaal doeltreffend en rechtvaardig verdrag voor het klimaat. Dat moet het milieu eerbiedigen door de grenzen van de biosfeer in acht te nemen en gevaarlijke technologieën, zoals kernenergie, te verbieden. Een doeltreffend verdrag moet een snelle wereldwijde reductie van de uitstoot van broeikasgassen garanderen, zodat de gemiddelde temperatuursverhoging t.o.v. de pre-industriële periode niet boven de 2°C stijgt. Een rechtvaardig verdrag moet de factuur doen betalen door de verantwoordelijken voor het geknoei met het klimaat. Het moet tevens de rijkdommen herverdelen, zowel tussen het Zuiden en het Noorden, als binnen de landen van het Noorden en het Zuiden, om de weg te openen naar een verantwoorde welvaartsverdeling.

Volledig in dezelfde lijn als deze oproep, pleit Attac Vlaanderen voor een evolutie naar een sociaal-ecologische economie.4 In tegenstelling tot de neoklassieke economie benadrukt de ecologische economie dat het economische proces fundamenteel afhankelijk is van een veerkrachtige en gezonde aarde. De economie is een deelsysteem van het Ecosysteem Aarde: de grootte van de economie wordt dus (biofysisch) begrensd door de beperkte draagkracht van de Aarde. Ecologische economen plaatsen het principe van ecologische duurzaamheid hoog op de agenda. In deze context wordt gesteld dat niet alleen de CO2-uitstoot maar ook het totale materiaalgebruik van de westerse economieën op termijn met een factor 10 moet dalen: een daling van 90% dus. De voorgestelde oplossingen vormen steeds een combinatie van drie essentiële principes: ‘efficiëntie’ (zelfde functie, minder milieudruk), ‘minder’ (lagere druk door matiging consumptie) en ‘anders’ (zelfde functie anders realiseren). Factor 10 klinkt dus afschrikwekkender dan het in werkelijkheid is: het gaat niet om 90% minder eten of drinken. Een aanzienlijk deel van de noodzakelijke 90%-reductie kan worden gerealiseerd via een technologische duurzaamheidsrevolutie (eco-efficiëntie). Het vergt een nieuwe visie op duurzaam produceren, waarbij lineaire doorstroomeconomieën vervangen worden door circulaire economieën met minimale netto afvalstromen (cf. zero waste concept, industriële ecologie). Dit alles vereist een dramatische verhoging van het onderzoeksbudget voor hernieuwbare energiebronnen en schone technologieën. Daarnaast moet er ook massaal geïnvesteerd worden in de toepassing en verspreiding van bestaande en nog te ontwikkelen (fout- en toekomstvriendelijke) milieutechnologie.

Toch zal technologie alleen ons niet redden. Daarvoor is de vereiste doelstelling (factor 10) te groot. Los van een eco-efficiëntierevolutie is er ook behoefte aan een nieuwe (sufficiëntie)visie op consumptie: anders en op een aantal vlakken ook minder consumeren, “beter leven met minder”. Dat laatste geldt alleszins voor de rijken en de gegoede middenklassen in de westerse landen. Wijzigingen in levensstijl, rationeel energiegebruik, verschuivingen in voedselpatronen (minder vlees, meer lokaal en seizoensgebonden voedsel,...), andere opvattingen over mobiliteit (meer openbaar vervoer, fietscultuur, minder vliegreizen) en wonen (ecologische renovatie en/of bouw passieve huizen in plaats van nieuwe, energie-inefficiënte grote villa’s), zijn slechts enkele noodzakelijke ingrediënten van zo’n nieuwe samenleving. Stuk voor stuk kunnen die een belangrijke bijdrage leveren aan de noodzakelijke omslag. Zoals al uitdrukkelijk gesteld is het absoluut essentieel dat klimaatoplossingen op een sociaal verantwoorde manier worden doorgevoerd. En overheden moeten hun voorbeeldfunctie ten volle opnemen. Het openbare aanbestedingsbeleid moet in die zin drastisch geherorganiseerd worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het wagenpark (alleen nog de meest efficiënte voertuigen!) en de sector van openbare gebouwen en sociale woningen (waar de passiefhuisnorm stante pede moet worden ingevoerd, wat op sociaal vlak enorme voordelen biedt). Om maximaal in te spelen op gedragswijzigingen en groene technologie moet het juiste kader gecreëerd worden. Dat bestaat uit:

  1. Juridische instrumenten (regulering en standaarden) om de producenten te verplichten tot het leveren van kwaliteit op de markt. In het jargon noemt men dit choice editing. Via een goed productnormbeleid kan men ervoor zorgen dat de consument niet langer wordt geconfronteerd met de misleidende keuze tussen efficiënte maar dure toestellen enerzijds en inefficiënte, goedkopere maar op de lange termijn duurdere apparaten anderzijds.
  2. Economische instrumenten (ecoheffingen, ecoboni en quotasystemen) om het gedrag van producenten en consumenten met de wortel en de stok in de duurzame richting te sturen. Opbrengsten van ecoheffingen moeten integraal gerecycleerd worden naar sociale herverdeling en investeringen in sociale economie. Via een beleid van renteloze klimaatleningen kan men zorgen voor een versnelde verbetering van de kwaliteit van het woningbestand. Dit creëert bovendien nieuwe werkgelegenheid in de sector van de woningrenovatie.
  3. Educatieve en sensibiliserende programma’s om duurzame attitudes te promoten en te ondersteunen. Dit moet gebeuren op groepsniveau, eerder dan de indiiduele consument met de vinger te wijzen.

Naar een historische alliantie

De organisatie van een sociaal klimaatbeleid heeft nog een heel aantal bijkomende positieve gevolgen. Een voorbeeld: in een recente studie van het Europees Vakverbond berekende men dat er bij een daling van de uitstoot in de EU-25 met 40% tegen 2030 netto 1,5% extra jobs zouden worden gecreëerd (WWF/Wuppertal emissiescenario ten opzichte van een business as usual-beleid).5 Het behelst een krachtdadig overheidsbeleid gebaseerd op energiebesparing, energie-efficiëntie en energievernieuwing. Het toont meteen aan dat de overgang naar een ecologische economie ook op werkgelegenheidsvlak absoluut begerenswaardig is. En dan zwijgen we nog over de positieve neveneffecten voor energieautonomie, luchtkwaliteit en lagere energiefacturen. Redenen genoeg om een krachtig sociaal klimaatbeleid te voeren...

De hamvraag blijft natuurlijk: hoe kan die sociaal-ecologische economie geoperationaliserd worden? Indien dit type van economie enige toekomst wil hebben, dan zal zij moeten vertaald worden naar het concrete beleidsniveau én zij zal politiek moeten aanslaan. We zullen niet alleen wetenschappelijk gelijk moeten hebben; we zullen ook wetenschappelijk gelijk moeten krijgen. Het gaat dus over het verwerven van politieke macht. Bij deze reiken we de hand aan de vakbonden, de consumentenorganisaties, de brede andersglobaliseringsbeweging evenals de boerenorganisaties en groene ondernemers om het paradigma van de ecologische economie te omhelzen en te vertalen naar concrete praktijken.
De vereiste duurzaamheidstransitie kan er immers niet komen zonder de opbouw van een historische alliantie van de voornoemde organisaties en bewegingen.

Samen met “Klimaat en sociale rechtvaardigheid” roepen wij iedereen op om zich vanaf nu democratisch te organiseren ter voorbereiding van de betogingen die op 8 december 2007 overal ter wereld, en dus ook in België, georganiseerd zullen worden in het kader van de “Global Climate Campaign”. Via deze link vind je hun website.


1 Canadell, J.G., et al., ‘Contributions to accelerating atmospheric CO2 growth from economic activity, carbon intensity, and efficiency of natural sinks’, PNAS, 2007
2 M.L. Parry e.a., ‘Viewpoint. Millions at risk: defining critical climate change threats and targets’, in Global Environmental Change, 11, 2001, blz. 181-183.
3 Het volledige rapport (22 MB, 540 blz.) valt te downloaden via www.unep.org.
4 De wetenschappelijke raad van Attac Vlaanderen gaf in deze context eerder al het discussiecahier Globaal ten onder? Pleidooi voor een ecologische economie (Jones, 2006/2007) uit.
5 ETUC, ‘Climate Change and Employment: Impact on employment of climate change and CO2 emissions reduction measures in the EU-25 to 2030’, 2007

Peter Tom Jones (1973) is Burgerlijk Ingenieur Milieukunde, Doctor in de Materiaalkunde en werkzaam als post-doctoraal onderzoeker aan de KULeuven. Hij publiceerde in diverse tijdschriften omtrent thema’s als (anders)globalisering en ecologie. Hij is auteur van o.a. (samen met Roger Jacobs) Terra Incognita: Globalisering, ecologie en rechtvaardige duurzaamheid (GINKGO peer review reeks, Academia Press, Gent, 2006/2007), Globaal ten onder? Pleidooi voor een ecologische economie (Wetenschappelijke Raad Attac Vlaanderen, Gent, 2006/2007) en (samen met Els Keytsman) Het Klimaatboek: Pleidooi voor een ecologische omslag (EPO, Berchem, 2007). Hij is ook één van de drijvende krachten van de sociaal-ecologische denktank Terra Reversa. Zie ook www.petertomjones.be en www.terrareversa.be
De illustraties bij deze tekst zijn overgenomen van: masternewmedia.org, davidsuzuki.org, interet-general.info, energyportal.eu, alaskamaritime.fws.gov, 8dec2007.be

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Mei 2012 »
M D W D V Z Z
30 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31 1 2 3
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.